
collectief ongemak
Wegens de pandemie was de mogelijkheid tot publieksevenementen beperkt, maar wat er plaatsvond was waardevol: Tijdens een publieksdebat georganiseerd door Platform Gras, ‘architectuurcentrum voor en van Groningen’, raakten Visser en Ernsten in gesprek met beleidsmakers, landschapsarchitecten – niemand minder dan de Rijksbouwmeester zat in het publiek – en milieuactivisten. ‘Uit die discussie kwam een soort collectief ongemak naar voren ten aanzien van wat er om ons heen gebeurt’, zegt Ernsten. ‘Hebben we daar nog wel vat op? Kunnen we zo door blijven leven in het Nederlandse landschap?’ In samenwerking met het Gronings theatergezelschap PEERD ontstond er parallel aan hun voorstelling over de Eemshaven op locatie een expositie met werk van Visser over diezelfde plek. ‘Je redt het bij dit soort projecten niet alleen’, zegt Visser. ‘Je moet je steeds verbinden aan een partner en zo elkaars netwerk versterken.’ En er moet geld zijn. Voor Voorland werkten Visser en Ernsten – beiden tevens werkzaam in het hoger onderwijs – met een lappendeken aan subsidies. ‘Dit is allemaal in de avonduren geproduceerd’, vertelt Ernsten. ‘Het is onmogelijk om hiervan te leven.’
bestendigen
‘Het ingewikkelde aan projecten als deze is het bestendigen ervan’, vult Visser aan. ‘Je maakt iets, je lanceert het, je genereert media-aandacht en dan? Het kost ontzettend veel tijd en energie om te blijven duwen.’ De twee reserveerden middelen zodat zowel site als app vijf jaar in de lucht kunnen blijven. Wat er daarna met Voorland Groningen gebeurt, is onzeker. Visser: ‘Er zou een lopend gesprek moeten bestaan tussen makers onderling en makers en fondsen over het bestendigen van hun projecten.’
















