De Nieuwe Kustlijn van Rubén Dario Kleimeer en Gundega Strauberga

De Rotterdamse fotograaf Rubén Dario Kleimeer (43) legt het landschap, de randen van de stad en de bebouwing daarin vast. Zijn verstilde observaties bevragen de wereld waarin wij leven. In het werk van de Letse ontwerper Gundega Strauberga (26), vorig jaar afgestudeerd aan de Design Academie Eindhoven, staat de dialoog tussen mens en omgeving centraal. Het programma Bouwen aan talent van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie bracht senior en starter samen in hun drive om een actueel thema op de kaart te zetten: de dreigende overstromingen door klimaatverandering. In De Nieuwe Kustlijn onderzoekt het tweetal hoe Nederland daarop is voorbereid.

Wanneer de zeespiegel volgens de voorspellingen de komende eeuw met een meter zal stijgen, zal er een ‘nieuwe kustlijn’ op 0 NAP ontstaan. Elke drie weken doen Rubén Dario Kleimeer en Gundega Strauberga een plaats aan die op de scheidslijn ligt van het door het water bedreigde lage land in Noord-Holland, De Randstad, Zeeland, Noord-Brabant en Utrecht en de veilige, hoger geleden gebieden in het achterland. Veldonderzoek en fotografie op deze plekken vormt de rode draad van hun project, dat half januari 2022 van start ging. Na een bezoek aan de regio Bergen op Zoom en een fieldtrip in en rond Tiel gaan Rubén en Gundega dit keer op pad in Harderwijk en omgeving. Zoals altijd is het vervoermiddel de fiets. Journalist Iris Stam en fotograaf Renate Beense haken op deze donderdag in maart aan om in woord en beeld verslag te doen van de verkenningstocht.

windturbines aan de horizon

Vertrekpunt is station Harderwijk, waar Gundega, Renate en Iris een OV-fiets huren. Rubén staat al klaar met zijn witte Bullitt Transporter, waarop hij goed zijn fotoapparatuur kan vervoeren. Na een voorstelrondje stapt het viertal om 9.30 uur op de pedalen. Rubén flitst de Stationsstraat door, in de richting van het historisch centrum. Na een kleine tien minuten door de Gelderse stad aan het Veluwemeer gereden te hebben, zegt hij: ‘Kijk, het water, daar moeten we heen.’
De fietsen worden haastig neergezet op de promenade voor de stadswal. Er staat een stevige bries en het miezert af en toe. Het deert de kunstenaars niet. Gundega en Rubén lopen naar de waterkant, waar ze beoordelen of het panorama met windturbines aan de horizon geschikt is om een foto van te maken. Rubén: ‘De plek is vet, ik vind de lucht ook heel mooi. Maar wat ik wil vastleggen is zo ver weg en zo klein, dat wordt helemaal niks.’

Rubén wendt zich tot Renate en Iris: ‘Wat we aan de overkant zien is de Noordoostpolder. Ooit de Zuiderzee, nu een nieuwe provincie.’
Gundega vult aan: ‘En wellicht het eerste gebied dat de zee weer terug zal nemen.’
Rubén: ‘Deze plek interesseert ons. Omdat we hier goed kunnen zien wat de Nederlandse manier van doen is: een dam zoals de Afsluitdijk bouwen, kunstmatige stukken land creëren. De beroemde landschapsarchitect Adriaan Geuze zei ooit: “God schiep de wereld, maar de Hollanders maakten Nederland.” Een treffende uitspraak.’
Tegen Gundega: ‘We zouden voor ons project bij hem langs moeten gaan.’
Gundega reageert enthousiast: ‘Ja, ik zou het geweldig vinden om de persoon achter deze legendarische quote te interviewen.’
Ze vervolgt: ‘Een paar weken geleden hadden we de eer om stedenbouwkundige en landschapsarchitect Freek van Riet te ontmoeten. Hij heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de manier waarop Nederland zich beschermt tegen het water.’

kaarten verzamelen

Rubén stelt voor ergens wat te gaan drinken, zodat Gundega en hij meer over De Nieuwe Kustlijn en de samenwerking met elkaar en met anderen kunnen vertellen. Met de fietsen in de hand wandelt het groepje naar het centrum. Aan de andere kant van de stadswal knoopt Rubén spontaan een praatje aan met een Harderwijkse, die vertelt hoe hoog het water ooit tegen de muur stond. Op zijn vraag waar een stadskaart te kopen, verwijst ze hem naar het VVV en het nabijgelegen Stadsmuseum. Het aanschaffen van een plattegrond van de te onderzoeken omgeving is vaste prik van elke fieldtrip. Bij de research speelt het vergaren van en bestuderen van kaarten een grote rol. Gundega is degene die zich hier vooral op toelegt.

Op de grote tafel van een café in de binnenstad legt Gundega een stapel neer. Ze vertelt: ‘Elke week verzamelen we kaarten die interessant voor ons project kunnen zijn.’ Ze toont er een aantal, onder meer van gebieden in Nederland die in het verleden overstroomden, van dijken door de eeuwen heen, van waterschappen en van hoog- en laaggelegen gebieden in Nederland. Mooi vindt ze Holland above sea level, een kaart met de hooggelegen gebieden in reliëf, gemaakt door Ruben Pater, een grafisch ontwerper en visueel verslaggever die zich in zijn werk onder meer bezig heeft gehouden met het onderwerp overstroming.
Rubén: ‘Over twee weken hebben we met hem afgesproken.’
Boeiend vindt Gundega de kaart die voorspelt waar het water bij een overstroming zal komen. ‘Het land onder zeeniveau, zoals de Noordoostpolder, is met de kleur groen aangegeven. Vlak daarbij, in het oosten, zie je in het donkerrood de veilige gebieden.’
Rubén: 'We hebben Harderwijk als derde bestemming van ons veldonderzoek gekozen, omdat deze stad daar precies tussen ligt. Het kijkt uit over het water en de aangelegde polders en heeft in de rug het hooggelegen land van de Veluwe.'

Beelden worden waardevoller wanneer zij een inhoudelijke gelaagdheid hebben. Meer context. Met de camera omgaan vraagt al mijn aandacht. Nu krijg ik de kans om samen te werken met karakters uit aangrenzende vakgebieden die middels hun kunde de foto’s een extra dimensie weten te geven – Rubén Dario Kleimeer

vertrouwen

Rubén laat foto’s zien die hij eerder maakte. ‘Dit is een vakantiepark bij Bergen op Zoom, pal aan het water. Buitenhuizen die mensen kopen voor de komende vijf of tien jaar. Voor zichzelf en wellicht om later aan hun kinderen over te doen.’
Gundega: ‘Zo ontkennend, over hoe de situatie is.’
Rubén: ‘Ik denk eerder vol vertrouwen.’
Hij licht toe: ‘Het probleem dat we in De Nieuwe Kustlijn aankaarten is superrelevant. De dreigende overstromingen gaan ons allemaal aan, maar staat bij weinigen op de voorgrond. We wanen ons veilig door de dijken, de Deltawerken, de Afsluitdijk, noem maar op. Omdat we daar altijd op hebben kunnen vertrouwen.’
Gundega voegt toe: ‘Nederland is een voorbeeld voor andere landen op het gebied van watermanagement. Heeft altijd de controle weten te houden. De vraag is voor hoe lang nog.’

Rubén vervolgt: ‘Gundega en ik weten heus dat we door het maken van onze foto’s het probleem niet kunnen oplossen. Maar het is interessant om te proberen beelden te combineren met kaarten. Of beelden en een tijdlijn. Of beelden en infographics. Op zo’n manier dat de kijker en lezer geprikkeld of gewaarschuwd kan worden. Aan boord kan worden genomen van wat er nu gebeurt met ons land. De plek waar wij wonen, een leven hebben opgebouwd. Dat is de grote uitdaging. Onze ambitie.’

mini-denktank

Volgens Rubén zal De Nieuwe Kustlijn in ieder geval een verzameling van beelden en kaarten worden. De vorm is nog niet bekend. ‘Een boekje, een expositie of een presentatie? We zijn het allemaal nog aan het bedenken.’
De rolverdeling in het project staat wel vast. Gundega: ‘Grof ingedeeld is Rubén de fotograaf en ik de onderzoeker en de artdirector. Van beroep ben ik geen kaartenmaker, fotograaf, filosoof of stadsplanner. Maar ik begeef me graag op deze onbekende terreinen. De input die ik bij de research verzamel voeg ik op mijn eigen kunstzinnige manier toe.’

Rubén: ‘Het is een mooie kans dat het Stimuleringsfonds het mogelijk maakt om een project te beginnen. En het naar een hoger plan te trekken. Beelden worden waardevoller wanneer zij een inhoudelijke gelaagdheid hebben. Meer context. Het is lastig om die achtergrond in mijn eentje te verzamelen, om me én op het beeld én op de informatie te richten. Met de camera omgaan vraagt al mijn aandacht. Nu krijg ik de kans om samen te werken met karakters uit aangrenzende vakgebieden die middels hun kunde de foto’s een extra dimensie weten te geven: Gundega en de experts die we in het kader van dit project ontmoeten en interviewen. Het stelt me in staat om te beginnen met het bouwen van mijn eigen mini-denktank. Dat is fantastisch.’

digitaal en analoog

Na de koffie gaan Gundega en Rubén verder met hun verkenningstocht door Harderwijk. Ze komen terecht in een nieuwbouwwijk net buiten het centrum, gebouwd in historische stijl. Rubén vindt het, op zijn zachtst gezegd, niet fraai: ‘Hier zakt mijn broek van af. Het is de reinste nep.’

Aan de rand van de wijk ligt een braakliggend terrein waar nog gebouwd gaat worden. Er wordt geheid. Rubén klimt op een hek en maakt er foto’s van. Om vervolgens een stukje verder, boven op een berg zand, de perfecte plek te vinden. Rubén installeert zich, betrekt Gundega in het bepalen van de compositie. Hij wacht op het juiste licht.
Rubén: ‘Ik druk op de knop als de zon achter de wolken zit. Het is nu al mooi egaal. Maar het zou mooi zijn als het nog iets vlakker is. Deze voorgrond, die oranje band, het water, het bruggetje. Een beetje van de diepte van het water er af. Dat moet er ongeveer op.’

Rubén heeft een Cambo Wide, met digitale achterwand. Gundega plaatst haar statief op een ander deel van de zandheuvel. Ze fotografeert met de oude analoge Mamiya RB 67 van Rubén, waarmee hij ooit in Shanghai de serie Chongming Island schoot, voor zijn afstudeerproject aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam.

Gundega studeerde aan de Design Academie Eindhoven. In haar geboorteland Letland specialiseerde ze zich eerder in sculpture and design aan de Riga School of Art and Design. Over de middenformaatcamera zegt ze: ‘Mijn docent, een beeldhouwer waarvan ik de assistent was, had er net zo een. Ik heb er toen nooit goed mee leren werken. Het is geweldig dat Rubén me dat nu precies kan uitleggen.’

scherp blijven

Rubén helpt Gundega met het plaatsen van een rolletje in de camera. Op de vraag hoe het is om de senior van het koppel te zijn, antwoordt hij bescheiden. ‘Dat voelt gek hoor. Maar het is ook cool en hartstikke leuk.’

Gundega en Rubén gaan verder met fotograferen. Vanwege de zon fotografeert Rubén onder een doek. De wind maakt het er niet makkelijker op. Na enige tijd klinkt het: ‘Bij deze wolken moet het gebeuren.’

De volgende dag zal het gedreven duo naar de Veluwe gaan. De komende maanden staat Amersfoort nog op het programma. En waarschijnlijk Groningen en de Waddenzee.

De jacht naar beelden, daar geniet ik van. Ik ben blij dat ik naast een ervaren landschapsfotograaf als Rubén mag experimenteren. Wat hij me vooral heeft geleerd is om geduldig te zijn – Gundega Strauberga

Gundega had vooraf geen uitgesproken verwachtingen van het project. Ze zegt: ‘Ik keek er gewoon naar uit om deze reis te maken, om op de fiets te stappen en te kijken hoe het allemaal gaat. De jacht naar beelden, daar geniet ik van. Ik ben blij dat ik naast een ervaren landschapsfotograaf als Rubén mag experimenteren. Dat is heel waardevol. Wat hij me vooral heeft geleerd is om eerst met je ogen de foto te zien. En om geduldig te zijn.’

Ze vervolgt: ‘Ik heb een project nog nooit op deze manier aangepakt: je bij een veldonderzoek ergens één of twee dagen helemaal op richten. Leuk, maar ook best lastig. Je moet nieuwsgierig en scherp blijven. Als je verslapt, als je ogen moe zijn, dan zie je interessante dingen niet meer.’

Gundega besluit: ‘Het is voor mij een uitdaging om helemaal in één onderwerp te duiken en onverstoord dieper, dieper en dieper te gaan. Dat is wat Rubén al meer dan tien jaar doet. De ervaring die ik nu opdoe wil ik gebruiken voor mijn eigen praktijk. Ook moed hoop ik mee te nemen. Dapper genoeg zijn om iemand te benaderen waarvan ik denk: die zou perfect zijn om mee samen te werken. Nu doe ik alles nog in mijn eentje. Om tot het beste resultaat te komen is het goed om mensen uit te nodigen die iets soortgelijks al hebben gedaan. Zodat ik het wiel niet weer hoef uit te vinden. Krachten bundelen. Ook voor De Nieuwe Kustlijn geldt dat. Rubén en ik vullen elkaar aan. Het project heeft veel aan elk van ons.

Tekst: Iris Stam
Fotografie: Renate Beense