Homepage

“Met ontwerpend onderzoek komen we echt een stap verder met de complexe vraagstukken van vandaag de dag”

Vanuit de Voucherregeling Ruimtelijk Ontwerp hebben (semi-)overheden en ontwerpbureaus samen aan 129 ontwerpend onderzoeken gewerkt. De opbrengst van al deze projecten samen wordt deze week gepresenteerd. “Veel van deze plannen zouden zonder deze extra financiering waarschijnlijk nooit gemaakt zijn.”

Auteur: Jasper Monster
Verschenen op: Gebiedsontwikkeling.nu

In de aanloop naar de Omgevingswet oefenen met nieuwe, integrale vormen van samenwerking tussen verschillende sectoren. Met die wens klopt het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in 2020 aan bij het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. De ambtenaren willen, midden in de coronacrisis, graag de creatieve sector (in het bijzonder de ontwerpbureaus) steunen en tegelijkertijd de bureaus en (semi-)overheden laten wennen aan de integrale manier van werken waar de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) om vraagt.

Van Delfzijl tot Zuid-Limburg, in het hele land werd de regeling opgepikt

Het Stimuleringsfonds luistert naar de wensen en bedenkt de Voucherregeling Ruimtelijk Ontwerp. Ontwerpbureaus en (semi-)overheden krijgen in korte tijd de kans om gezamenlijk een plan in te dienen. Om steun vanuit het fonds te krijgen, moest een voorstel aan een aantal voorwaarden voldoen: de twee partijen moesten vanaf het eerste moment samen aan het project werken, het voorstel moest een concreet vraagstuk op een concrete plek bevatten en het belangrijkste: er moest sprake zijn van ontwerpend onderzoek.

Etten-Leur en Kerkrade
Deze week presenteert het fonds Transities!, het handboek, het concrete resultaat van de anderhalf jaar waarin de regeling heeft gelopen. Uiteindelijk zijn 129 ontwerpend onderzoeken, verdeeld over vier thema’s (Vitale steden en dorpen, Duurzame economie en ruimte, Ruimte voor klimaat en energie, en Toekomstbestendig landelijk gebied), goedgekeurd en uitgevoerd. Van het stimuleren van de biodiversiteit op een Noord-Gronings bedrijventerrein tot de transformatie van het historische lint van Kerkrade. En van een toekomstbestendige polder in de kop van Noord-Holland tot een toekomstvisie voor de krimp in Zeeuws-Vlaanderen.

Wat al deze projecten met elkaar gemeen hebben? Ze zijn allemaal onderdeel van een poging om ontwerpend onderzoek dichter op de uitvoeringspraktijk te krijgen. “In steden als Amsterdam en Rotterdam weten ze echt wel hoe ontwerpend onderzoek werkt,” vertelt Jutta Hinterleitner, onderzoeker aan de TU Delft en als adviseur betrokken bij de Voucherregeling Ruimtelijk Ontwerp. “Maar als het lukt om ook in Etten-Leur en Kerkrade te laten zien wat deze vorm van onderzoek kan opleveren, komen we echt een stap verder met de complexe vraagstukken van vandaag de dag.”

Speciale dynamiek
Terugkijkend op het proces is Hinterleitner trots op het enthousiasme dat onder de deelnemers is ontstaan. Dat begon al in de eerste fase. Want ondanks de tijdsdruk in het aanmeldingsproces stroomden de aanmeldingen binnen. “Iedereen moest rennen, de tijd was kort. Maar van Delfzijl tot Zuid-Limburg, in het hele land werd de regeling opgepikt. Heel leuk om te zien hoeveel animo er was.”

Gedurende de maanden dat de onderzoeken liepen, verdween dat enthousiasme niet. Ondanks dat het contact tussen alle partijen vanwege de coronamaatregelen grotendeels digitaal verliep, ontstond er een speciale dynamiek. “Partijen zaten vanaf het eerste moment met elkaar om tafel, dat zorgde voor veel vertrouwen. En er ontstond online veel kennisdeling doordat we onderzoeken die over hetzelfde onderwerp gingen aan elkaar koppelden. Partijen hielpen elkaar in die sessies. Het werden werktrajecten waarin mensen elkaar ook echt iets gunden, dat was leuk om te zien.”

Vertrouwen als basis
Alle 129 multidisciplinaire teams hebben inmiddels een ontwerpvisie en vervolgvragen opgeleverd voor de opgave waaraan zij hebben gewerkt. Over het vervolg is Hinterleitner realistisch. Nee, zegt ze, ook binnen het Stimuleringsfonds heeft niemand het geloof dat er in alle gevallen een concreet plan uit het onderzoek rolt. “De projecten zullen zeker niet overal slagen, dat weten we. Maar hopelijk is op zo veel mogelijk plekken het zaadje geplant en kunnen partijen nu ook verder.”

Dat die mogelijkheid er weldegelijk is, blijkt uit het feit dat sommige partijen al verder zijn gekomen dan een visie en vervolgvragen. “Omdat partijen al in zo’n vroeg stadium met elkaar om tafel zaten, zijn er plannen die nu ook in gebiedsvisies terechtkomen. Vertrouwen is de basis in ontwerpend onderzoek en als dat vertrouwen er is, heb je als partijen al een grote stap gezet.”

Meerwaarde
Het team dat aan de Voucherregeling Ruimtelijk Ontwerp werkte, zal het vervolg van de projecten grotendeels niet meemaken. “Door de opzet van het traject zijn we niet meer direct betrokken bij het vervolg, maar hopelijk hebben we de projecten het goede zetje in de rug gegeven.” Het fonds meet na enige tijd wel nog eens de impact van de projecten door een update te vragen aan de deelnemers. “Een vinger aan de pols houden.” Maar naast de concrete resultaten hoopt Hinterleitner dan vooral ook dat het project ervoor heeft gezorgd dat ontwerpend onderzoek nog beter op de kaart is gezet.

“In veel gebiedsontwikkelingen is er helemaal geen potje met geld gereserveerd voor ontwerpend onderzoek. Opdrachtgevers zeggen niet: ‘Kom, hier trekken we twee maanden voor uit.’ Veel van deze plannen zouden zonder deze extra financiering waarschijnlijk niet gemaakt zijn. Door de vouchers hebben partijen de mogelijkheid gekregen een project anders aan te vliegen en vroeger in het proces al te gaan ontwerpen. Ja, deze manier van werken kost geld. Maar de projecten laten zien dat ontwerpend onderzoek werkt en van meerwaarde is.”

‘Vooruitontwikkeling van een klimaat adaptief raamwerk.’ door Projectteam Vooruitontwikkelen van bodem, groen en blauw (bron: Publicatie Transities!)

Vier voorbeelden
Uit de 129 onderzoeken heeft Hinterleitner er vier geselecteerd die volgens haar de diversiteit, de kracht en de mogelijkheden van het project laten zien. Project 1 is in Almere Pampus, waar de gemeente Almere en de Metropoolregio Amsterdam al jaren voordat de bouw van duizenden woningen begint, nadenken over het ontwikkelen van de bodem, groen en blauw. “Je hebt in grote gebiedsontwikkelingen vaak een lange aanlooptijd. Daar maken ze hier heel mooi gebruik van.”

‘Tiny house in coulissenlandschap.’ door Projectteam Peel Natuurdorpen (bron: Publicatie Transisties!)

Klein wonen op boerenland
In het Brabantse De Peel wordt nagedacht over landschapslandbouw: klein wonen in nieuwe natuur op boerenland. Een productielandschap van maïs, lelies, bieten en grote stallen maakt plaats voor bossen, heggen, houtwallen, waterpartijen en kruidenrijk grasland met koeien. De boer blijft boer, maar met een nieuw toekomstperspectief. “De partijen zoeken met elkaar naar verbetering, het zwart-wit denken is voorbij.”

‘De ‘Teams-toren’ toegepast in een woonwijk.’ door Projectteam Decentrale Data Typologie (bron: Publicatie Transities!)

Een bakfiets dataopslag
Hoeveel dataopslag heeft een inwoner van de Metropoolregio Amsterdam nodig? Het antwoord is maar een bakfiets vol. Door technologische ontwikkeling kunnen dataverwerking en -opslag dichter bij de gebruiker, producent en energievoorzieningen komen te staan, in combinatie met andere functies en voorzieningen. “Geen problematische grote datacenters, maar het probleem in mootjes hakken en naar oplossingen zoeken.”

‘De milieustraat van de toekomst maakt circulair zijn makkelijk en leuk.’ door Projectteam Circulair Centrum Hub (bron: Publicatie Transities!)

Milieustraat van de toekomst
Heiloo, Uitgeest en Bergen onderzochten de milieustraat van de toekomst. Niet alleen maar afval wegbrengen, maar herbruikbare spullen inleveren, daarna koffiedrinken of een reparatieworkshop te volgen in de werkplaats. Of je loopt het atelier van een circulaire starter binnen. “Een bekende plek van meerwaarde laten zijn, dat is erg knap.”