Hoe krijgt het werken met impact concreet vorm voor aanvragers?
LW: ‘Het veld dat we ondersteunen werkt heel impactgedreven. Maar het niveau waarop impact wordt gemaakt verschilt en er wordt lang niet altijd taal aan gegeven. Om een goed beeld te krijgen, bepalen we als fonds per programma of regeling of en op welke manier we de impact gaan onderzoeken en proberen te versterken. We hebben dus geen one size fits all-aanpak. Het hangt af van de specifieke theory of change, maar vooral ook van het type aanvrager, en de looptijd en omvang van een subsidie.
Sommige aanvragers die zijn ondersteund via de regelingen Vormgeving, Architectuur of Digitale cultuur zullen in hun verantwoordingsformulier vanaf 2025 een aantal vragen terugvinden over de impact van hun project. Andere aanvragers, ondersteund via de Startregeling, kunnen een uitnodiging van ons krijgen om enkele maanden nadat hun project is afgelopen een reflectiegesprek met ons te voeren. Jaarlijks benaderen we daarnaast verschillende aanvragers voor het maken van een videoportret, om de impact van hun project in beeld te brengen, te kunnen delen en te laten zien wat we als fonds doen.
Maar er zijn ook andere manieren waarop we impact onderzoeken en proberen te versterken. Binnen het Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp doen we dat intensiever. Zo komen projectpartners geregeld samen onder begeleiding van de procesbegeleider van de betreffende open oproep. In de loop van deze projecten, die ongeveer drie jaar duren, doen we twee keer een korte survey
om te kijken welke effecten wel of niet worden gerealiseerd. En twee jaar na afronding nemen we nog een interview af om na te gaan wat de impact is geweest. Ook de communicatiestrategie baseren we op de theory of change en inzichten uit het onderzoek.
Van ons werken met impact merken aanvragers dus niets tot weinig, of ze worden er duidelijk bij betrokken. Wat in elk geval altijd een belangrijk doel is van het onderzoek, is om de effecten op aanvragers zelf (en op hun praktijk), maar ook op hun partners, deelnemers, gebruikers of bezoekers in kaart te brengen en na te gaan hoe die wel of niet tot stand komen. Daarvoor is soms een lange adem nodig; er gaat vaak behoorlijk wat tijd overheen voordat duidelijk is wat een project of samenwerking teweeg heeft gebracht.’
Je hebt het ook over een aangepast verantwoordingsformulier. Kan je verder uitleggen hoe het fonds nu met de verantwoording omgaat?
LW: ‘De verantwoording is een logisch moment om aanvragers op de impact van hun werk te laten reflecteren. Iedereen moet een verantwoording indienen en het formulier is er al. Toch kiezen we vanaf dit jaar voor een andere benadering. Het kunnen doen van impactonderzoek was namelijk niet onze enige ambitie. We wilden het verantwoorden ook een gemakkelijker proces laten zijn voor aanvragers en meer vanuit vertrouwen gaan werken. Dat betekent dat we aanvragers met een subsidie tot en met 10.000 euro nu niet meer om een verantwoording vragen. Voor projecten met hogere subsidiebedragen doen we dat wel – maar de hoeveelheid vragen en benodigde bijlagen zijn sterk verminderd. Deze opzet laat meer ruimte voor aanvragers en onszelf om op andere manieren en momenten op (impact)onderzoek uit te gaan en resultaten zichtbaar te maken.'