
Systeemverandering
De nieuwe open oproep die er dit jaar nog uit gaat, bevestigt dat het geen loze woorden zijn in de Nota Ruimte: er komt vanuit het rijk opnieuw een financiële impuls om ontwerpend onderzoek te stimuleren. Maar hoe lang moeten we dan nog doorgaan met het subsidiëren van een ontwerp- en ontwikkelmethode die vanzelfsprekend zou moeten zijn in de dagelijkse praktijk? ‘Je moet bij dit soort systeemveranderingen nou eenmaal een lange adem hebben,’ zegt De Jeu. ‘Vergeet niet dat het niet altijd concrete plannen zijn, het is ook een manier van denken die langzaam doorsijpelt.’
License voor verbreding
En misschien hoort zo’n subsidie van een onafhankelijke partij er wel gewoon bij. Het fonds is inhoudelijk autonoom en doet vanuit een positie tussen beleid en makers voorzetten om samen lastige transitieopgaves op te pakken. In het speelveld dat daarmee gecreëerd wordt, zitten betrokkenen nog niet in een typische opdrachtgever-opdrachtnemer-relatie. ‘Dat geeft een license om écht breed te kijken om écht die verbeelding in te stappen met processen die niet direct instrumenteel hoeven te zijn,’ zegt Potjer. ‘Door dat voldoende te blijven doen, zul je uiteindelijk invloed hebben op het bredere geheel.’
Mandje
Potjer heeft nog een laatste advies voor de beleidsmakers die misschien niet meteen weten waar ze zo’n traject zouden moeten inpassen. ‘Ik zou zo'n voorstel voor ontwerpend onderzoek ontvangen als een cadeau. Dat je die ontwerpkracht zomaar aangereikt krijgt! Alleen, cadeaus zijn zelden wat je zelf zou hebben gekozen. Ik moet ineens denken aan het fietsmandje dat ik als vijfjarige kreeg. Ik vond het tuttig en heb het door de kamer gesmeten. Zo gaf ik mezelf niet de kans om te ontdekken dat het stiekem heel handig was. Je moet iets eerst gaan gebruiken om te ontdekken wat je ermee kan. Dat geldt ook voor ontwerpend onderzoek. Dus nu zeg ik: zet dat mandje op je fiets en ga fietsen!’
Tekst Willemijn de Jonge













