
Een seizoen van Platte Grond kun je het beste vergelijken met een literair-journalistieke verhalenbundel. Elke aflevering is opgebouwd uit een aantal interviews rondom een bouwproject. Nienke de la Rive Box, vaste host van de podcast, introduceert het onderwerp en vervolgens tekent zich via persoonlijke observaties van de geïnterviewden een groter verhaal af. Zo is er de aflevering ‘Duizend Jaar Stapelen’ over de Ecokathedraal van kunstenaar Louis Le Roy. Le Roy ontwikkelde in de jaren 70 ideeën over de verweving van natuur en cultuur die in het licht van klimaatverandering nog steeds zeer actueel blijken. Of de aflevering ‘Kantoorgeluk’, over de transformatie van het rijkskantoorgebouw Rijnstraat 8. Aan de hand van een interview met ontwerper Ellen van Loon wordt de vraag aangesneden welke invloed onze werkplek heeft op ons welzijn.
Het vinden van dit stramien ging niet vanzelf, vertelt Van Poelgeest. ‘We maakten de fout door te beginnen met een matrix van onderwerpen en thema’s die we belangrijk vonden. We wilden het bijvoorbeeld hebben over de inrichting van Nederland, of over duurzaamheid en transitie, en onderzochten welke bouwwerken daarbinnen interessant zouden zijn. Dat kostte al heel veel tijd, maar uiteindelijk waren we nergens, want we hadden geen personages en we hadden geen verhalen.
Je hoort in het eerste seizoen onze zoektocht. We experimenteerden onder meer met een soort collageachtige reportage en een reisverslag van iemand die langs verschillende projecten gaat. En terwijl we aan het priegelen waren, kwamen we erachter dat het helemaal niet werkte als er een alwetende verteller tussendoor kwam om Wikipedia-achtige feiten te droppen over wanneer bijvoorbeeld een woonwijk ontstaan was. Het bracht de luisteraar uit het verhaal. Wat wel werkte, was als een bewoner bijvoorbeeld zei: ik woon hier sinds het begin, al 85 jaar. Show don’t tell is een belangrijk principe. Je moet de anekdote zijn werk laten doen.


















