
9 maart 2022
Hoe zou je je praktijk beschrijven?
‘Ik wil onderzoeken. Mijn kunst- en ontwerppraktijk is een manier om te leren en de wereld om me heen beter te begrijpen. Ik hou ervan bekende fenomenen uit de natuur vanuit een andere invalshoek te benaderen en een verhaal toe te voegen aan hetgeen we al kennen. Zo maakte ik in 2014 voor het Huis van Hilde, het archeologiecentrum van Noord-Holland in Castricum, een sculptuur van een vergrootte zandkorrel die ik onder het Huis vond. Hoe verhouden we ons tot onze directe omgeving? Die vraag vind ik interessant. Licht en donker boeien me ook. Eerder bouwde ik een machine die de lichtintensiteit in een ruimte meet. Die variaties in licht vertaal ik vervolgens naar een 3D print, als een alternatieve blik op de wereld om ons heen.’
Wat betekent het vraagstuk van identiteit voor je?
‘Ik was een jaar of zes toen we vanuit Tunesië naar Nederland verhuisden. Ik schipperde tussen de cultuur die ik vanuit huis meekreeg en onze buurt in Eindhoven. Ik wilde vooral vrij zijn. Op de middelbare-school ging ik eigen programma’s op de computer maken. Ik had de indruk dat alles altijd en alleen maar vanuit het perspectief van het Westen werd bekeken: de ontdekkingsreizen, de uitvindingen, de helden. Ik vond het lastig mezelf daarin te herkennen. Tijdens een les kunstgeschiedenis behandelden we het oriëntalisme. Plots had ik het gevoel dat het ook over mij ging. Dat voelde goed en mijn fascinatie voor kunst was gewekt. Later op de Rietveld Academie in Amsterdam probeerde ik de omgeving om me heen te abstraheren, terug te brengen tot de kern. Een beetje zoals De Stijl, maar dan anders. Ik programmeer liever, ben minder van het schilderen.’








