Denzel Veerkamp | Denzel Veerkamp
Modeontwerper Denzel Veerkamp groeide op in Amsterdam, met een Nederlandse moeder en een Surinaamse vader. Hij had vaak het gevoel tussen twee culturen in te leven. ‘Doordat ik nog nooit in Suriname was geweest, kreeg ik steeds meer vragen en de behoefte om de geschiedenis en de verhoudingen tussen de twee landen uit te zoeken.’
Met een open blik begon Veerkamp aan zijn reis. Voor het eerst ontmoette hij zijn opa en andere familieleden, en dompelde hij zich onder in de cultuur en het leefgebied van zijn voorouders. Als modeontwerper wilde hij zijn bevindingen vervolgens in mode vatten. ‘Het viel me op dat Surinaamse vrouwen vaak pronken met traditionele klederdracht bij speciale gelegenheden, en mannen helemaal niet. Zo raakte ik geïnteresseerd in de zelfexpressie van de Afro-Surinaamse man en kwam ik erachter dat er bijvoorbeeld geen mannelijk koto kostuum bestaat.’
Het koto kostuum, een Afro-Surinaams kledingstuk dat veel mensen herinnert aan de koloniale tijd, zou destijds herontworpen zijn door de mannelijke kolonisator, omdat vrouwen niet meer met ontbloot bovenlichaam rondom het huis mochten werken. Vrouwen communiceerden non-verbaal met elkaar door middel van de draagwijzen van de koto en angisa (traditioneel hoofdstuk). Veerkamp wilde uitzoeken wat expressie vandaag de dag inhoudt. In onder andere het Nationaal Archief in Paramaribo dook hij de archieven in. Brieven, krantenartikelen, magazines, foto’s, kleding, alles wat hij vond nam hij tot zich. Met gevoelens van adoratie, verbijstering, verwondering en trots maakte hij een vertaalslag naar nieuwe ontwerpen. Tijdens Keti Koti liet hij in het Amsterdamse zorgcentrum waar zijn oma woont bewoners model lopen, met onder andere een angisa, waarmee Veerkamp eind 2023 officieel zijn diploma haalde.
Het is nog wel een uitdaging om de ontwerpen uit te voeren. Gebruik van bestaande materialen is namelijk een cruciale pijler in Veerkamps werk. ‘In Suriname besefte ik dat er culturele en spirituele gebruiken zijn rondom het dragen van tweedehands kleding. Surinamers dragen geen tweedehands kleding als het niet van een direct familielid is. Omdat je niet weet wat de mens die het droeg heeft uitgespookt. In de Surinaams Creoolse cultuur gelooft men in het spiritueel reinigen van jezelf door middel van wassies, dit zijn geparfumeerde badjes die negatieve energieën wegspoelen. Ik neem dat graag over en gebruik nu Florida water om de negatieve energieën van de vorige drager eruit te wassen.’
Tekst door Maaike Staffhorst


