Homepage

Different Approach to Housing

With the Open Call Different Approach to Housing, we are enabling designers to work on an integral approach to current and future housing issues in collaboration with government bodies, organizations, experts and civilians.

The call responds to the Netherlands’ complex housing challenge. How can this challenge be tackled in terms of sustainability, inclusivity and based on current and future housing needs? The call focuses on projects that develop innovative perspectives, strategies and solutions at different levels for the housing needs in the Netherlands, based on research by design. In the open call, three themes were formulated which the proposals could link up with:

- different houses;
- different districts;
- different systems.

Find more information about the Open Call Different Approach to Housing here.
View the 15 selected projects in 2022 here.

Het Stimuleringsfonds heeft resident critics René Boer en Mark Minkjan de opdracht gegeven om in een breder perspectief te reflecteren op anders werken aan wonen in binnen- en buitenland. Terwijl de geselecteerde samenwerkingen uit de Open Oproep Anders Werken aan Wonen hun ontwerpend onderzoek verder ontwikkelen lees je hieronder 15 voorbeelden van anders werken aan wonen.

Kader van verwantschap

Community Land Trust Brussel
Prijsvragen voor buitengewone gemeenschapsarchitectuur op incourante plots
Community Land Trust Brussel (CLTB) creëert gemeenschappelijke gronden door land van de markt te halen en speculatie onmogelijk te maken, waardoor nieuwe sociale woningbouwmodellen mogelijk zijn. In samenwerking met het team Brussels Bouwmeester Mâitre Architecte (BMA) heeft dit model op verschillende plekken in de stad unieke architectuur opgeleverd als manifestatie van uitzonderlijke uitgangspunten voor woningbouw en openbare voorzieningen.

CLTB is in 2010 opgericht door een coalitie van activisten en verenigingen. Voor gemeentelijke gronden die minder interessant zijn voor marktpartijen en standaardwoonconcepten (bijvoorbeeld een driehoekig erf met blinde muur als afscheiding of rond een klein openbaar toegankelijk park), worden samen met het team (BMA) een architectuurprijsvraag uitgeschreven. Er worden specifieke eisen of wensen meegegeven, zoals bijzondere samenlevingsvormen, functiecombinaties, biodiversiteit of circulariteit. BMA organiseert de prijsvragen en stelt een professionele jury op, die samen met CLTB, bewoners en de buurt (die vooral kijkt naar de openbaar toegankelijke voorzieningen). Het juryrapport, inclusief runners-up, wordt gepubliceerd. De design briefs evolueren overigens gelijkop met maatschappelijke ambities. In de jaren 2010 gingen ze veel over dichtheid; tegenwoordig is klimaatbestendigheid, CO2-belasting en hergebruik belangrijk.

De koppeling van mogelijkheden en voorwaarden heeft in de afgelopen jaren geresulteerd in verschillende projecten met een hoge dichtheid aan stedelijke kwaliteiten in beperkte ruimtes en buitengewone architectuur. CLTB krijgt sinds 2013 gemeentelijke gronden in beheer te krijgen van de overheid onder 99-jarige erfpacht. Doordat de grondprijs niet meespeelt in de woonkosten kunnen woningen zo’n 40 procent goedkoper zijn. De CLT projecten worden gemeenschappelijk bestuurd: lokale overheden, bewoners en omwonenden hebben allen een derde zeggenschap. Het traject heeft een emancipatorisch effect omdat bewoners al vroeg in het proces vragen worden gesteld waarover ze nog niet eerder hebben nagedacht. De bewoners nemen ook meer eigenaarschap over de woongebouwen. Omdat het (enigszins) kwetsbare bewoners betreft, worden de low-tech duurzaamheidsoplossingen toegepast die eenvoudiger te begrijpen en bewerken zijn. De sociale woonorganisaties (de gemeentelijke partij in het CLT-bestuur) hebben lagere overhead- en onderhoudskosten in de CLT-projecten dan in hun andere wooncomplexen omdat de CLT de panden zoveel mogelijk zelf beheert.

Inmiddels zijn vijf projecten opgeleverd die 104 gezinnen huisvesten en zijn vijf projecten in aanbouw voor nog eens 64 woningen. De koopwoningen mogen niet met winst worden doorverkocht. De gemeente heeft bijna geen ‘landrestanten’ meer in bezit, waardoor de verdere uitrol van community land trusts voorlopig stokt. Voor gemeentes met grondbezit kan het een waardevol ontwikkel- en beheermodel zijn dat betaalbaar wonen op lange termijn garandeert en bewoners meer zeggenschap geeft over hun woonomgeving. Zonder overheidsinbreng lijken CLT-projecten vooralsnog onmogelijk.

Tekst: René Boer en Mark Minkjan
Beeld: Vers.A Architecture

Ecodorp Boekel

Een opeenstapeling van sociale en duurzame ideeën in één wooncoöperatie
Door heel Nederland proberen individuen en groepen ‘anders te werken aan wonen’ door in hun nieuwe huisvestingsprojecten een bepaald aspect te verbeteren, van een financieringsmodel dat een coöperatieve woonvorm mogelijk maakt tot een bouwmethode die volledige circulariteit belooft. Ecodorp Boekel daarentegen draait niet aan een enkele knop maar lijkt zo ongeveer alles wat komt kijken bij het realiseren van een zelf geïnitieerd woonproject helemaal opnieuw uit te vinden. Het project, direct naast het gelijknamige dorp in het oosten van Brabant, is inmiddels bijna voltooid en krijgt veel media-aandacht.

Ecodorp Boekel bestaat, afgezien van een opeenstapeling van sociale en duurzame ideeën, in de praktijk uit 30 sociale huurwoningen, zes mantelzorgwoningen, een buurthuis, boomhutten voor bezoekers en een tijdelijk verblijf voor kunstenaars. Het wordt ontwikkeld als een wooncoöperatie, volgens een inmiddels beproefd model waarin bewoners huren van hun eigen vereniging en de platformorganisatie VrijCoop een wakende rol krijgt toebedeeld. Het project is daarnaast op vernieuwende wijze klimaatpositief en klimaatadaptief gebouwd, waarbij gebruik wordt gemaakt van 40 centimeter dikke kalkhennepwanden, een fundering van duurzaam glasschuim en veel gerecyclede materialen.

Het ecodorp is ook voorzien van een innovatieve basalt-accu, die in de zomer wordt opgeladen door 650 zonnepanelen en de rest van de winter de huizen verwarmd, een klimaatadaptieve voedseltuin, een ecologische waterzuivering en zelfs een eigen zwemvijver met strand. Dit alles is opgebouwd volgens de zogenaamde biomimicry-principes, waarbij zoveel mogelijk natuurlijke processen worden nagebootst. Het geheel is gefinancierd door grootschalige crowdlending waarin voor bijna één miljoen euro aan certificaten zijn uitgegeven, flinke overheidssubsidies en leningen van, zoals vaker bij dit soort projecten, de duurzame Duitse bank GLS.

Het ecodorp zou niet mogelijk geweest zijn zonder de inspanningen van een aantal bepalende kartrekkers, maar ook niet zonder een burgemeester die grond reserveerde voor de groep toen hij over het voornemen voor een ecodorp hoorde, de Boekelse recente traditie van welstandsvrij bouwen en een speciale aanwijzing voor het ecodorp in de crisis- en herstelwet om bij uitzondering van het bouwbesluit af te mogen wijken. Hierdoor kon er volop worden geëxperimenteerd en de architectuur is daarmee vooral een resultante van de duurzame en kostenbesparende ambities. De kracht van het project zit dan ook vooral in de effectieve combinatie van de vele ‘best practices’.

Tekst: René Boer en Mark Minkjan
Beeld: Van Laarhoven Combinatie

Färdknäppen, Stockholm
Een gemeenschappelijke oude dag
Middenin Stockholm, op het eiland Södermalm, bevindt zich het collectieve woongebouw Färdknäppen, voor mensen in de tweede helft van hun leven die geen thuiswonende kinderen (meer) hebben. Anders dan een verzorgingstehuis is het een woonplek met veel gedeelde ruimte en voorzieningen waar de ruim 50 bewoners samen voor zorgen. Zo kan het leven gemakkelijker, leuker, duurzamer en goedkoper zijn op het moment dat mensen in een levensfase komen waarin de sociale intensiteit uit het gezins- en werkend leven afneemt, net als het lichamelijk welzijn. Het project is eind jaren ‘80 geïnitieerd door een groep mensen van middelbare leeftijd, onder wie architecten, die voor hun oude dag een andere woonvorm wensten dan wat voorhanden was. Een belangrijke drijfveer was het minimaliseren van eenzaamheid en afhankelijkheid, en daarmee individuele en publieke zorgkosten. Ook speelde de gedachte mee dat de doorstroom op de woningmarkt kan worden bevorderd wanneer meer ouderen hun (te) grote woningen inwisselen voor een beter passende woonvorm. Het project werd opgepakt door een sociale woningbouworganisatie en in 1993 opgeleverd.

Het huis is onderdeel van een grotere gemeenschap van ongeveer 125 betrokkenen. Wanneer een woning vrijkomt, worden uit deze gemeenschap nieuwe bewoners geselecteerd. De streefbalans is dat de helft van de bewoners nog werkt en de andere helft gepensioneerd is; leeftijden variëren van begin veertig tot bijna honderd jaar. Kook- en schoonmaaktaken zijn verdeeld, mensen dragen bij naar hun capaciteiten (fysiek en in tijd). De gepensioneerden besteden verhoudingsgewijs meer tijd aan het bereiden van gezamenlijke maaltijden en het huishouden. Het delen van deze huishoudelijke taken bespaard individuen tijd en geld, maar vergroot de individuele betrokkenheid en rol van betekenis. De overkoepelende woningbouworganisatie betaalt de woongemeenschap voor het tuinonderhoud. Het complex kent ruime gedeelde voorzieningen, van wasfaciliteiten en een houtwerkplaats tot kranten en een textielatelier. Individueel energieverbruik en afval is veel gemiddeld veel lager dan dat van alleenwonende ouderen. Er worden ook veel sociale en culturele activiteiten georganiseerd. Veel bewoners zijn grootouders en passen op hun kleinkinderen in het pand.

De woningbouworganisatie realiseerde later nog drie vergelijkbare projecten. De onderhoudskosten van de collectieve seniorenwoningen zijn voor hen veel lager dan in andere, niet-collectieve woongebouwen.

Tekst: René Boer en Mark Minkjan
Beeld: Kerstin Kärnekull / Färdknäppen

Ashwaiat, Cairo

Miljoenen gehuisvest door een beproefd zelfbouwmodel
Soms is het belangrijk even uit te zoomen en het gemodder in de polder te vergelijken met hoe elders anders aan wonen gewerkt wordt. In de Egyptische hoofdstad Caïro is de afgelopen decennia één specifieke zelfbouwmethode ontstaan, waarmee in relatief korte tijd zonder enige overheidssturing of financiering miljoenen woningen gerealiseerd zijn. Deze methode ontstond toen in de jaren 70 en 80 de Egyptische overheid steeds minder in woningbouwprogramma’s investeerde terwijl er tegelijkertijd steeds meer mensen van het platteland naar de stad verhuisden. Zij hadden vaak geen andere keus dan kleine stukjes landbouwgrond te kopen vlak buiten de stad en daar zonder toestemming een woning te bouwen, vrijwel altijd in de vorm van een betonnen structuur met muren van lokaal gebakken baksteen.

Al snel bleek het natuurlijk nog goedkoper om samen met anderen, vaak families afkomstig uit hetzelfde dorp, een gebouw van meerdere verdiepingen te realiseren en de grond- en bouwkosten met elkaar te delen. Om de kosten verder te drukken werd het stukje grond vaak volledig volgebouwd, dicht tegen andere gebouwen aan met aan één kant een een iets teruggeduwde rooilijn om ruimte uit te sparenvoor een smalle straat. De overheid nam zich meermaals voor om deze vorm van informele stadsontwikkeling te beperken en reguleren, maar had uiteindelijk geen andere keus dan het fenomeen te erkennen en iedereen op de nutsvoorzieningen aan te sluiten.

Zo ontstonden er met de jaren enorme, zelfgebouwde en goed functionerende buitenwijken (lokaal ‘ashwaiat’ genoemd), waar op dit moment naar schatting zo’n 70% van de bevolking woont, wat neer komt op 12 tot 15 miljoen mensen. Hoewel de ashwaiat dichtbevolkt zijn en er een enorm gebrek is aan publieke ruimte en groen, zijn het doorgaans woonwijken van een zekere kwaliteit die op geen enkele manier te vergelijken zijn met de favelas en bidonvilles van andere megasteden. Daarnaast heeft het een relatief goed bereikbare, compacte stad opgeleverd die mensen tot op zekere hoogte naar eigen en gezamenlijk inzicht hebben kunnen realiseren. Daarmee zijn de ashwaiat een unicum dat heeft kunnen ontstaan door de combinatie van een schaarse hoeveelheid landbouwgrond en een overheid die haar rol beperkte tot door collectieve actie gedwongen aanleg van de nodige voorzieningen.

Tekst: René Boer en Mark Minkjan
Beeld: jonahbettio/Flickr

Respace
Geautomatiseerde houtbouw voor snelle opvulling leegstand
Het idee dat leegstaande, schijnbaar overbodige gebouwen met een paar simpele ingrepen weer een nieuwe functie kunnen krijgen is al zo oud als dat de mensheid bouwt. In Nederland was het vooral de kraakbeweging die vanaf de jaren 70 op grote schaal begon te experimenteren met het transformeren van leegstaande panden in collectieve woonprojecten en ruimte voor subcultuur. In de afgelopen decennia is het creatief herbestemmen van leegstaand vastgoed in korte tijd mainstream geworden. Zo zijn er naast de talloze eenmalige initiatieven, zoals bijvoorbeeld een bijzondere kerk die wordt omgebouwd tot enkele appartementen, ook allerlei meer structurele werkwijzen ontstaan, zoals de nogal altijd groeiende antikraaksector die alle mogelijke leegstaande panden door heel Nederland tijdelijk laat bewonen door studenten.

Een nieuwe, breed toepasbare werkwijze om leegstaand vastgoed voor korte of lange tijd te transformeren is de afgelopen jaren ontwikkeld door de jonge startup Respace. De mensen achter Respace ontwikkelden een geautomatiseerd houtbouwsysteem waarmee ze elk leegstaand maar wind- en waterdicht gebouw, van oude zwembaden tot industriële hallen, in heel korte tijd kunnen vullen met woningen of kantoorruimte. Met een druk op de knop vertaalt hun software een 3D-scan van de ruimte in een assemblage van houten elementen uit hun eigen bibliotheek, van kozijnen tot vloerplaten, die vervolgens direct door een partnerbedrijf gefreesd en als een flat pack aangeleverd kunnen worden. Een ander bedrijf zorgt vervolgens voor de snelle assemblage van het bouwpakket en, desgewenst, de volledige afwerking.

Een Respace-project heeft de kwaliteit van permanente bebouwing, maar de houten elementen zijn ook volledig remontabel. Hierdoor kan elke assemblage opnieuw geconfigureerd of zelfs helemaal uit elkaar gehaald en elders weer in elkaar gezet kan worden. Dit maakt het project in theorie bijzonder duurzaam, al moet nog blijken hoe de materialen, die eigendom zijn van de betreffende opdrachtgever, in de praktijk een volgende bestemming kunnen krijgen. Op dit moment zijn er in korte tijd een aantal kantoren door Respace gerealiseerd, die al veel lof hebben geoogst maar zich nog niet hebben kunnen bewijzen wat betreft circulariteit. In 2023 hoopt Respace ook hun eerste woningen op te leveren, waarbij de mogelijkheid tot het inbouwen van sanitaire voorzieningen ervoor zal zorgen dat de bewoners daarvoor niet afhankelijk zijn van het grotere gebouw waar ze zich in bevinden.

Op de lange termijn is het voor het slagen van Respace cruciaal dat niet alleen de houtprijs relatief stabiel blijft maar er ook genoeg geschikte leegstaande panden beschikbaar blijven komen. Hoewel er op dit moment nog altijd miljoenen vierkante meters leegstaan in Nederland is het de vraag of ter zijner tijd sloop en herontwikkeling niet de voorkeur gaan krijgen boven tijdelijke invulling. Met de druk van de huidige wooncrisis heeft Respace voor nu in ieder geval de beste papieren.

Tekst: René Boer en Mark Minkjan
Beeld: Respace

Spatial Design Action Programme
The Open Call Different Approach to Housing is part of the Spatial Design Action Programme 2021-2024, an incentive programme aimed at strengthening the engagement of spatial design in tackling these challenges and stimulating an integral approach. For four years, the Fund will be an important implementing partner of this programme, an initiative of the Ministry of the Interior and Kingdom Relations and the Ministry of Education, Culture and Science.

Image: Richard Proudley