Homepage

Bouwen vanuit de bodem

Met de Open Oproep Bouwen vanuit de bodem stellen we ontwerpers in staat om in samenwerking met overheden, belanghebbenden en deskundigen te werken aan verstedelijkingsvraagstukken waarbij de ondergrond centraal staat.

Verstedelijking zonder de ondergrond serieus te nemen, of deze zelfs te belasten, kan niet langer en een omslag is nodig. Een vitale ondergrond is immers onmisbaar voor een toekomstbestendige aanpak van de verstedelijkingsopgave. Deze oproep richt zich op projecten waarmee op basis van ontwerpend onderzoek, vernieuwende perspectieven, strategieën, arrangementen en oplossingen voor de verstedelijkingsopgave worden ontwikkeld die de condities van de ondergrond serieus nemen én er productief gebruik van maken. In de open oproep worden drie ontwerpopgaven geformuleerd waarop voorstellen kunnen aansluiten:

- andere modellen;
- andere tactieken;
- andere praktijken.

Kijk hier voor meer informatie over de open oproep.
Voorstellen kunnen tot 26 september 2022 worden ingediend.

selectie opstartsubsidie

Bodem als onderstation | Bureau UFO

Bureau UFO stelt dat de huidige capaciteitsproblemen op het elektriciteitsnet in de nabije toekomst alleen maar zullen toenemen. Deze congestie vertraagt volgens hen niet alleen de overstap naar duurzame zonne- en windenergie, maar ook de benodigde realisatie van honderdduizenden extra woningen. Het bureau onderzoekt twee oplossingsrichtingen: het in samenhang plannen van het elektriciteitsnet en de bodem en het inzichtelijk maken hoe de verzwaring van het net richting kan geven aan verstedelijking en landschaps- en bodemontwikkeling. Hierbij wordt vooral ingezet op de bodem als plek voor energieopslag en als uitgangspunt voor de aanpak van klimaatopgaves. In de opstartfase gaat de ontwerper partnerschappen aan met landschappelijk ontwerpers en partijen met kennis van geomorfologie en civiele ingenieurskunst. Gezamenlijk zoeken zij naar een geschikte opdrachtgever. De coalitie brengt in de uitvoering van het plan ruimtelijk ontwerp en de civiele systeemwereld bij elkaar.

Marktkwartier Amsterdam | Inside Outside

De ontwerpers van Inside Outside gebruiken een van hun lopende projecten als basis voor een ontwerpend onderzoek naar bodembiotopen. Het gaat hierbij om de herontwikkeling van het Foodcenter aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam tot het Marktkwartier waar zo’n 1700 woningen met grote daktuinen zullen verrijzen. Het gebied is nu volledig bestraat, maar de aanvragers zien een kans om in een binnenstedelijk herontwikkelingsgebied op relatief grote schaal de volle grond, inclusief het bijbehorende bodemleven, te herstellen. Het doel is het vergaren van kennis voor doeltreffende uitwerkingen van landschapsontwerpen, het formuleren van argumenten tegenover opdrachtgevers, en het ontwikkelen van een nieuwe esthetiek gericht op bodemgezondheid en natuurontwikkeling die de onder- en bovengrondse biodiversiteit vergroot. In de opstartfase worden voornamelijk samenwerkingen gezocht met aannemers en de gemeente en worden bestaande partnerschappen met biologen en ontwikkelaars toegepast op het onderzoek.

Een nieuwe grondbalans | Studio ACTE/B9

Studio ACTE (Estelle Barriol) en B9 (Georges Taminiau) zien kansen voor toepassing van de grond die vrijkomt bij bodemwerkzaamheden. Waar dit vaak als kostenpost en afvalstroom wordt beschouwd, zetten zij deze aarde juist in als een duurzaam, circulair, lokaal bouwmateriaal ter vervanging van beton. Zij passen dit al toe in verschillende experimentele projecten. Het doel is echter om dit materiaal op veel grotere schaal beschikbaar te maken voor de bouwindustrie. De volgende stap is dan ook het uitbreiden van operationele kennis én deze te koppelen aan tactische en systeempartners zoals andere disciplines binnen de grondstromen, stedenbouwkundigen, experts, ontwikkelaars, beheerders, juristen en beleidsmakers. De opstartsubsidie gebruiken zij om deze partijen te benaderen en om samen met hen een volgende stap te zetten naar het ontwikkelen van een nieuw denkkader. Hiermee beogen zij om tot een breder scala aan concrete uitvoeringen te komen en de potentie van aarde als bouwmateriaal bij een groter publiek te brengen.

Heel Holland Zakt | Jens Jorritsma en Thijs de Boer

De bodem in West-Nederland daalt sneller dan ooit, met enorme gevolgen: ondergelopen kelders, tuinen en straten, kapotte riolering, paalrot van houten funderingen en gebouwen die verzakken. Stedenbouwkundigen Jens Jorritsma (OBSCURA) en Thijs de Boer (VOIDS Urbanism) stellen dat hierdoor leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en economisch kapitaal in de stedelijke gebieden op losse schroeven staan. In Gouda uit zich dit volgens hen in een tegenstrijdige situatie: enerzijds bewoners die willen dat het grondwaterpeil hoog blijft (i.v.m. risico op paalrot) en anderzijds bewoners die het grondwaterpeil willen verlagen (i.v.m. wateroverlast in de woning). Met een ontwerpend onderzoek in de Goudse binnenstad zoeken zij hierin de verbinding door met een ruimtelijke en stedenbouwkundige aanpak aan oplossingen voor de lange termijn en een samenhangende visie te werken. Een onderzoek dat bovendien als voorbeeld kan dienen voor de rest van West-Nederland. Beoogde partners zijn onder andere: Platform Slappe Bodem, Centrum Ondergronds Bouwen en geotechnicus Johan de Jong.

Woonbiotopen Overijssel | Werkend Landschap

Werkend Landschap en NOHNIK stellen dat we in Nederland tegen de ondergrond in werken. Minerale bodems worden verschraald en verdrogend dekzand blijft ongevoed terwijl we bijeengepakt in zakkende steden of 13-in-een-dozijn woonwijken op tot dan toe onaangetaste landbouwgrond wonen. De roep om fijnbesnaarde, multifunctionele, natuurinclusieve en regeneratieve woonlandschappen groeit, maar de markt werkt daar volgens de aanvragers nog niet voldoende aan mee. Het landschap raakt bovendien in rap tempo overvraagd door de vele functies die we eraan toekennen. Het team wil de urgente opgaven in het landelijk gebied, vanuit bodem en water, op een slimme manier verknopen met het verstedelijkingsvraagstuk. Samen met Landschap Overijssel wordt dit vraagstuk verkend met een ontwerpend onderzoek in Zwolle en ommelanden met een grote wateropgave en het landelijk gebied van Noordoost-Twente met verdrogingsproblematiek. Stad en dorp worden benaderd als woonbiotoop waarin verstedelijkingsvraagstukken direct gekoppeld zijn aan lokale voedselvoorziening, energieopwekking, watermanagement en landschapsbouw. In de opstartfase worden bestaande studies geïnventariseerd, de onderzoeksvraag verdiept en met de hoofdpartner mogelijke aanvullende gebiedspartners gezocht.

Onderste-boven | Dingeman Deijs Architects

Architect Dingeman Deijs ziet dat de aarde fungeert als passieve fundering om op te bouwen en dat de toenemende verstedelijking letterlijk en figuurlijk grote druk op onze bodem uitoefent. De ondergrond is volgens hem in het geding en hij is ervan overtuigd dat we architectuur weer onlosmakelijk van de aarde moeten zien. Hoe verandert de architectuur als de bodem een leidend principe wordt? En hoe worden bodem en architectuur hierdoor integraal, toekomstbestendig en lokaal verankerd? Dingeman Deijs onderzoekt samen met deskundigen op het gebied van bodemgesteldheid en maatschappelijke problematiek, belanghebbenden, gemeenten en andere experts de ondergrondsoorten in Nederland, de maatschappelijke opgaven die er liggen en de integrale kansen die hieruit ontstaan. Vervolgens ontstaat een analysemodel dat reageert op de randvoorwaarden van verschillende locaties, bodemsoorten en opgaven. Door locaties te toetsen aan het analysemodel, ontstaan er combinaties die leiden tot specifieke typologieën voor een diversiteit aan locaties. In de opstartfase zoekt hij onder meer naar drie zeer verschillende locaties en specifieke partners.

Big City Dikes | Cityförster

Cityförster stelt dat dijken onlosmakelijk met Nederland verbonden zijn. Dat geldt ook voor de dijken in de grote steden. In eerder ontwerpend onderzoek naar een stedelijke dijk bij het Marconiplein in Rotterdam hebben de aanvragers de kwaliteit van de publieke ruimte en verdichtingseisen van de grote stad op en rondom de dijk als startpunt van ontwerp genomen in plaats van puur infrastructurele overwegingen zoals mobiliteit, efficiëntie en waterveiligheid. Hierop voortbouwend onderzoeken zij, samen met experts van onder andere de gemeente Rotterdam, water- en hoogheemraadschappen in de Zuidelijke Randstad en andere deskundigen, de (on)mogelijkheden van dijken in relatie tot de ondergrond van de stad, waar primaire en secundaire dijken verweven zijn met ecosystemen, metrolijnen en een wirwar aan kabels, leidingen en buizen. Hoe kan een ‘performatieve’ dijk bijdragen aan de biodiversiteit, de energie- en mobiliteitstransitie, klimaatadaptatie, sociale inclusie én de kwaliteit van leven in de grote stad? In de opstartfase wordt bureauonderzoek verricht en samen met de partners de ontwerpvraag aangescherpt en naar casestudies gezocht.

Proeftuin Bedrijventerrein Kennispark | OD205 Stedenbouw en Landschap

OD205 Stedenbouw en Landschap onderzoekt hoe het versterken van ecosysteemdiensten, zoals de waterregeling en bodemvruchtbaarheid, rondom bedrijventerreinen hand in hand kan gaan met gebiedsontwikkeling, specifiek met inzet van rioolwaterzuiveringsinstallaties, die zich vaak in of vlak bij dit soort gebieden bevinden. Wat kan de meerwaarde zijn van de inzet van gezuiverd water voor het watersysteem, bodemvruchtbaarheid en biodiversiteit, maar ook voor een aangename werk- en leefomgeving? De aanvrager onderzoekt dit op het Kennispark in Enschede, waar recentelijk een gebiedsstrategie is opgesteld die het bedrijventerrein moet transformeren naar een innovatieve campus waar werken, studeren, wonen en recreëren samen komen en waar zij met dit onderzoek op aanhaken. Partners zijn onder andere Waterschap Vechtstromen, het bestuur van het Kennispark, de provincie Overijssel, Gemeente Enschede en Saxion Hogeschool. In de opstartfase zullen zij met deze en nieuwe partners de vraagstelling aanscherpen middels werksessies en gebiedsexcursies en een heldere projectstructuur ontwikkelen.

Bosrijk wonen op basis van bodem en water | H+N+S BV

H+N+S Landschapsarchitecten wil met het concept Bosrijk wonen op basis van bodem en water drie urgente Nederlandse vraagstukken helpen oplossen: de woningbouwopgave, het tekort aan duizenden hectares natuurgebied, en de druk op bodem en water. Zij stellen dat traditionele woonwijken de bodem verstikken en het watersysteem belasten en verdroging, bodemdaling of verzilting in de hand werken. Ook wordt ontwikkeling van een gezond ecosysteem en rijk bodemleven belemmerd. Omdat de aanvragers een bos als een goed natuurlijk ecosysteem zien, worden de kwaliteiten hiervan in hun concept geïntegreerd in nieuwe woonwijken. Woonwijken in het bos leveren daarnaast financieel voordeel op: de hoge leefkwaliteit resulteert in een waardeverhoging van grond en woning. Deze overwaarde wordt ingezet voor natuurontwikkeling. Dit met Staatsbosbeheer ontwikkelde concept wordt nu geconcretiseerd op een aantal specifieke locaties en verschillende bodemtypes. Met de opstartsubsidie brengen de ontwerpers - samen met enkele adviesbureaus op het gebied van ecologie en ruimtelijke ontwikkeling - bostypes, locatiesoorten (stedelijk, dorps, landelijk) en ecosysteemdiensten in beeld en zoeken zij naar mogelijke locaties, terwijl het concept parallel daaraan via een landelijke campagne wordt gedeeld.

On Dutch Mountains | Studio Ilinx

Nasim Razavian (Studio Ilinx) en David Rademacher (Rademacher de Vries) doen onderzoek naar Nederlandse stortplaatsen. Zij zien deze als complexe plekken met veel potentie voor ruimtelijke verbeelding: als plaatsen waar (ongewenst) materiaal wordt verzameld en een nieuwe bodem en geografie worden gecreëerd, waar sociale, politieke, economische, milieukundige, wetenschappelijke en bouwtechnische problemen samenkomen, als plaatsen van archeologische betekenis die onze huidige leefwijze en zeer recente geschiedenis blootleggen, als fysieke grenzen (aan de randen van de bewoonde wereld) en abstracte grenzen (natuurlijk-kunstmatig, mooi-lelijk) en tot slot als nieuwe landschappen en ecologieën waar nog weinig kennis over bestaat. Zij nemen één van de nieuwe stortplaatsen van Afvalzorg (een belangrijke speler in de afvalverwerkingsmarkt) onder de loep om de verschillende problemen – op het gebied van beleid, bodemgesteldheid, biodiversiteit, invloed op de omgeving - te onderzoeken en te definiëren welke mogelijkheden er zijn voor architecturale en stedenbouwkundige oplossingen. In de opstartfase wordt door de partners de locatie definitief bepaald, de vraagstelling en plan van aanpak scherp gesteld en een eerste analyse gemaakt op basis van interviews, locatiebezoek en archiefonderzoek.

Bodemzorg Zorgbodem | Studio Inscape

Het bodemgebruik in stedelijke gebieden is radicaal veranderd: waar voorheen boomwortels, schimmels en insecten een bijdrage leverden aan bodemvorming, is nu een haast ondoordringbaar mengsel van heipalen, bekabeling en zand, grind en klei ontstaan. Dat stelt Studio Inscape (Charlotte von Meijenfeldt, Willie Vogel en Eileen Stornebrink). Zij doen een ontwerpend onderzoek waarin ze zich focussen op de bestaande en beschadigde netwerken in de bodem, en hoe de relatie tussen mens en bodem zichtbaar en voelbaar gemaakt kan worden. In de opstartfase verkennen zij hiertoe twee denkrichtingen. De eerste betreft het opzetten van een ‘bodemberaad’ waarin burgers samen met experts de belangen van een gezonde bodem meenemen in de beoordeling van nieuwbouwprojecten. De tweede richting onderzoekt hoe volkstuincultuur kan bijdragen aan alternatieve verstedelijkingsmodellen die zich richten op meer biodiversiteit, klimaatadaptatie, sociale cohesie en leefbaarheid. Voor beide lijnen voeren zij met experts (waaronder ecologen en antropologen) en andere partijen gesprekken, brengen zij locaties en netwerken in kaart en bepalen de vorm die de uitwerking van de plannen moet krijgen.

Bodemrijk. Ontwerpstudie naar de post-maakbare stad | Karres en Brands

De maakbaarheidsgedachte heeft de inrichting van onze steden overgenomen. Karres en Brands zien dat we egaliseren, bouwzand aanbrengen waar we willen bouwen en bomengrond waar we willen planten, en vragen zich af wat er gebeurt als we gaan ontwerpen vanuit de verdwenen nuances van de bodem. Wat betekent dat voor de openbare ruimte, beplanting en watersystemen? En hoe kan de nieuwe inrichting verbonden worden met bovengrondse vraagstukken zoals klimaatadaptatie, wateroverlast, biodiversiteit en sociale uitdagingen? Met de ontwerpstudie Bodemrijk slaan zij een brug tussen de vaak gescheiden werelden van bodemprestaties en ontwerp van de openbare ruimte. Dit ontwerpend onderzoek verbeeldt een nieuwe verbinding tussen beide, met een levendige bodem als vertrekpunt. Dit genereert kennis voor ruimtelijk ontwerpers om functionele, mooie en op natuurlijke systemen gebaseerde oplossingen te realiseren. In de opstartfase wordt het onderzoek ingekaderd, een stad als casus gekozen en daarvoor relevante partners (zoals gemeente, waterbedrijven en -schappen) betrokken.

Van eigen bodem | Concept* Cloudt

De architecten van Concept* Cloudt en SATIJNplus zijn regelmatig betrokken bij de restauratie van traditioneel ‘vakbouwwerk’ in Limburg (het typische eikenhouten stijl- en regelwerk dat kruislings is verbonden en met leem, steen of hout is ingevuld). Zij zijn ervan overtuigd dat de kennis en ervaring binnen dit vakwerkbouwambacht van waarde is voor onderzoek naar innovatieve (circulaire) bouwwijzen en natuurlijke (biobased) bouwmaterialen met een directe relatie met het Limburgse landschap, zowel boven als onder de grond, en vertalen dit naar de verstedelijkingsopgave van morgen met als doel de natuur in de regio zo vitaal mogelijk te houden. Het onderzoek richt zich onder andere op de bodemgesteldheid in het gebied, de impact van de bouwmaterialen op de bodem en vice versa en de historische invloed van vakwerkbouw op de omgeving. Het leidt tot bouwstenen die binnen de dagelijkse restauratie- en nieuwbouwopgaven kunnen worden ingezet en publiekelijk gedeeld. In de opstartfase vinden verkennende gesprekken plaats met kennispartners vanuit veel verschillende disciplines (erfgoedspecialisten, natuurorganisaties, landbouwers, aannemers, architecten en meer).

Coöperatief duurzaam bodembeheer en stadslandbouw in nieuwe stadswijken | And The People

And The People is sinds 2020 betrokken bij de ontwikkeling van Utopia-eiland op de Floriade in Almere, dat is ontworpen vanuit het narratief van ecosysteem herstel en de positieve rol die de mens daarin kan spelen. In een agrarisch en recreatief landschap leert de bezoeker over de patronen, principes en het aanpassingsvermogen van de natuur en hoe principes uit de natuur kunnen worden ingezet voor gezonde voeding en een gezonde leefomgeving. De lessen die zij daar geleerd hebben over regeneratief bodembeheer, het telen, verwerken en vermarkten van eetbare gewassen, het netwerk en bijbehorende activiteiten, willen de aanvragers vertalen naar de nieuw te ontwikkelen ‘groene’ stadswijk Hortus in Almere en mogelijk elders. Het doel is vooral om (toekomstige) bewoners te betrekken bij de ontwikkeling van modellen voor het bodembeheer, het lokale ecosysteem en de voedselproductie, in samenspraak met beslissers en ontwerpers. In de opstartfase wordt het plan uitgewerkt en een consortium gevormd met o.a. de Floriade, Stichting Weerwoud, de gemeente en verschillende ontwikkelaars.

De Publieke Ruimte als Circulair Ecosysteem | PosadMaxwan

Voortbouwend op een eerder onderzoek naar circulariteitstransitie als uitgangspunt voor het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte en hoe andere transities daarmee in gang kunnen worden gezet, ziet PosadMaxwan mogelijkheden om het circulariteitsprincipe ook toe te passen op de ondergrond. Welke nieuwe materialen zijn nodig om de biodiversiteit en ecosysteemdiensten in de bodem te verbeteren? Wat kan worden hergebruikt en gerecyceld? Dit doet PosadMaxwan door het Shearing Layers model toe te passen. Het model maakt de levensduur en impact van verschillende aspecten van gebouwde objecten vierdimensionaal (dus ook in tijd) inzichtelijk. De aanvragers passen het model aan voor de openbare ruimte, inclusief de ondergrond, en onderzoeken op specifieke locaties hoe met het model ontworpen kan worden mét de levensduren, groeipatronen en circulaire stromen van verschillende sublagen. In de opstartfase wordt hiertoe onder meer gewerkt aan de verdere ontwikkeling van een digitale tool, onderzocht hoe het Shearing Layers model eigen gemaakt kan worden en een team van experts en beleidsmakers samengesteld.

Regeneratieve landschappen | LAMA Landscape

De ontwerpers van LAMA Landscape botsen in hun praktijk steeds vaker tegen de grenzen van de ondergrond omdat deze vaak te gedegradeerd is voor de gewenste functie. Naast historische vervuiling van onze bodems door bijvoorbeeld industrie en pesticiden, zien zij ook bodemdegradatie in de vorm van verzilting en verdroging als gevolg van verzakking. De aanvragers zetten regeneratieve – of helende – landschappen in tegen verschillende soorten bodemdegradatie. Dit zijn landschappen die een tussenfase ondergaan om na een aantal jaar weer geschikt te zijn voor nieuw landgebruik. Zo hebben zij eerder gewerkt aan een opslibbingsstrategie voor laaggelegen Waddenpolders, waarbij een tijdelijk opslibbend landschap kansen biedt voor aquacultuur, zilte teelten en kustveiligheid, en uiteindelijk weer goede landbouwgrond oplevert. Met deze aanvraag zetten zij in op het creëren van een toolbox van regeneratieve strategieën en landschappen om deze uiteindelijk in de praktijk te testen. Met de opstartsubsidie brengen zij eerst de bodemdegradatie in Nederland in kaart. Deze wordt ingezet om workshops en gesprekken met mogelijke partners (experts op het gebied van bodem, hydrologie en ecologie) te voeren.

Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp
De Open Oproep Bouwen vanuit de bodem maakt deel uit van het Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp 2021-2024, een stimuleringsprogramma om de inzet van ruimtelijk ontwerp bij de aanpak van deze opgaven te versterken en een integrale benadering te stimuleren. Het Stimuleringsfonds is gedurende vier jaar een belangrijke uitvoeringspartner van dit programma, een initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Afbeelding: Studio ACTE/B9